maandag 29 december 2008

Het aftellen is begonnen

"Vooj jujjie ook een heej gejukkig niewjaaj!"

Lao meisje

Lao jongetje

Sophie in actie

En dan weer heel iets anders...

En nog weer iets heeeeeeel anders

In Prachuap groeien ze aan de bomen

Visje ontleden tijdens kerstdiner

Fijn uitzicht

Picture Postcard Perfect!
(Oh ja, dit strand is op de basis van de Thaise Luchtmacht...)


Eindelijk weer eens een berichtje van ons! En eindelijk vanuit een plaats aan het strand, voor de atlassers: Prachuap Khiri Khan in Thailand. Hier hebben we kerst gevierd met zon, zee en vis.

Maar eerst meer over de afgelopen drie weken. Ons paspoort is bijna volgestempeld, want we zijn vanuit Laos weer naar Thailand gegaan, vanuit Thailand naar Macau, vanaf Macua naar Hong Kong, en weer terug.

In Laos hebben we eerst nog wat rondgebrommerd voordat we weer richting Bangkok gingen. Drie dagen en 400 kilometer rond Pakse (Laos) leverde mooie plaatjes en leuke praatjes op in kleine dorpen langs de weg. Vooral door de vele kinderen werden we overal vrolijk begroet en nageroepen ("Farang! Farang!", wat 'buitenlander' betekent). De meeste dorpen waar we langsreden waren echt verschrikkelijk arm, de kinderen liepen eigenlijk allemaal in vodden (of gewoon poedeltjenaakt). Best een ervaring, maar na drie dagen op de brommer vonden we het wel mooi geweest en zijn we richting Thailand gegaan.

In Ubon Ratchathani, de eerste plaats over de grens in Thailand, zijn we wat bijgekomen. Hoewel ons eigen hotel niet zo luxueus was, hebben we de luxe zelf maar opgezocht: volgens de Lonely Planet - voor een keer zijn we hem dankbaar - zou een ander hotel een zwembad op het dakterras hebben. Zo gelezen, zo gedaan. Hoewel het personeel even moest rondbellen of het wel mocht, konden we uiteindelijk van hun zwembad gebruik maken. 'Het is klein hoor', waarschuwden ze nog. Maar wij moesten even slikken toen we op het dak aankwamen. Een heel zwembad... blauw helder water.. strandstoelen... dat alles helemaal voor onszelf, want er was niemand verder! Twee dagen zaten wij dus gebakken. Letterlijk.

Voor het eerst in Thailand hebben we de trein genomen. Best comfortabel, want we reisden 's nachts in van die stoelen die je achterover kunt zetten, dus we konden lekker slapen en het scheelde weer een hotelovernachting. Toen we onze oogjes opendeden waren we alweer zo goed als in Bangkok. Hoe zou het met 'ons' zwerfpoesje zijn dat we bij de tempel hadden achtergelaten, bij mensen die voor haar zouden zorgen?

Dat viel dus tegen. Ons poesje zag er belabberd uit, zat in een kooitje vol uitwerpselen en haar voer was een bakje rijst met een mierenhoop erin. Haar ogen waren troebel, ze had diarree en haar vacht was op veel plekken helemaal kaal. Het vrouwtje dat voor haar zou zorgen, bleek niet naar de dierenarts te zijn geweest (zoals afgesproken) en vroeg wèl om extra(!) geld voor haar 'zorgen'. We hoefden er niet lang over na te denken en hebben haar all-in bij de dierenarts ondergebracht totdat we teruggaan naar Nederland. Wel hebben we haar stiekem nog wat uurtjes de hotelkamer binnengesmokkeld waar ze heerlijk op bed heeft liggen slapen...

Hong Kong was even een heel grote verandering. Wat een stad! En wat een wolkenkrabbers! We hebben kunnen logeren bij Chiel en Kim in een mooi appartement in centraal Hong Kong, zijn zelfs naar Disney geweest (rollercoaster-type of experience dankzij Kims werk) en hebben in ruil daarvoor Kim en Chiel erop gewezen dat ze stiekem een waanzinnig mooi dakterras hebben. Toen we op zondag wilden barbecuen bleek dat de buren dat al wisten, want er was al een andere barabecue gaande! Niet erg, de kooltjes werden doorgeschoven en we hebben en heel scala aan worst, vlees, vis en nog meer westers voer naar binnen gewerkt. Heerlijk!!! Een andere dag hebben we bijgetankt met een kaasfondue uit de supermarkt.

Nu, in Prachuap, zitten we weer aan de traditionele Thaise gerechten. Ook geen straf, want Prachuap is een vissersplaats en dat domineert de menukaart. Ons kerstdiner was dan ook een zeebaars van de barbeque, met een pittig sausje, rijst en gebakken groente met cashewnoten. Anders dan anders, maar helemaal niet slecht! De klap op de vuurpijl was een heus chocolade-roomijsje :-)

We weten nog niet wanneer we hier weggaan. Waarom zouden we ook? Het uitzicht is fantastisch, het stadje vriendelijk, het eten heerlijk, de zon warm en het geluid van de golven rustgevend. Vooruit, éen nadeel: de douche is koud.

Maar waarschijnlijk zitten we hier volgend jaar nog.

Een HEEL fijne, mooie jaarwisseling voor iedereen in Nederland!

vrijdag 5 december 2008

Koud!

poezen hebben het hier ook koud

kaarten uitzoeken doen we wel veilig

Monniken doen de Beatles na

Marktplaatje

Werken in het rijstveld

Lao Lao bij de Lao

Hmong-gezin in Tha Jok

Hmong in een Toyota Hilux bij het stierenvechten

Wij hebben het ook koud op de brommer
(heeft Sophie daar nu een nieuw winterjasje aan?)

Bus van Phonsavanh naar Paksan zit weer eens vast

De reden waarom de weg niet op de kaart staat

Bushalte

Rivier in de plaats waarvan we de naam niet weten

Kong, de vrolijke vrachtwagenchauffeur

Het lijkt erop dat wij de steden die reisgidsen lelijk noemen, mooi vinden en dat we van de 'mooie' steden eigenlijk niet zo onder de indruk zijn. Udomxai, de eerste 'grote' stad waar we in Laos geweest zijn, was geweldig. Tijdens een wandeling rond de stad werden we bij een stel mannen uitgenodigd die om drie uur 's middags aan een sterk drankje zaten, verhalen vertellend aan elkaar en aan ons. Ons Lao is niet zo goed, dus heel veel kwam daar niet van over: we kwamen niet verder dan dat we sterk zouden worden van dat drankje. We hadden het vermoeden dat het zelfgestookte Lao-Lao was (een soort wodka) en we hadden ook het vermoeden dat we niet wilden weten wat er onder in die fles voor beest/insect/plant (in het gunstigste geval) lag. We moesten er erg langzaam mee doen omdat ze ons steeds wilden bijschenken.
Nadat we met goed fatsoen weg konden gaan, en nog redelijk wat drank af hadden kunnen slaan, hebben we voor een paar uur door rijstvelden gelopen. Het ging best snel, dus misschien was dat het effect wel van het drankje.

De laatste 'mooie' stad, volgens iedereen en onze reisgids, was Luang Prabang. Een hotelstad vol toeristen en lange straten vol souvenirs. Waarschijnlijk is het mooi buiten het hoogseizoen. Maar voor ons was het reden genoeg om te vluchten naar weer een 'lekker lelijke' stad: Phonsavanh! Maar goed dat we van te voren niet wisten hoe koud het daar zou zijn. Voor iedereen die denkt dat we hier constant in de zon zitten: dat klopt, maar het was KOUD! Koud als in sjaals, jassen, en moeten slapen in zoveel kleding als je aan kan omdat er geen verwarming is.
We hebben er alvast maar oud&nieuw gevierd: voor Hmong-mensen weliswaar, maar het was feest! Net de laatste kamer in het centrum gekregen voor een - tegen alle economiewetten in - lagere prijs. Omdat de kamer twee twee-persoonsbedden had, terwijl we er maar één nodig hadden...

En we konden in Phonsavanh weer een brommer huren! Dus stonden we de volgende ochtend voor het toeristenburo te wachten tot die openging om een kaart van de omgeving te halen, toen we opeens "Where you go?" hoorden. Dat horen we vaker, want vooral tuk-tuk-chauffeurs kennen dit zinnetje goed, maar deze keer was het een klein oud mannetje met een grote glimlach op zijn hoofd die naast zijn fiets een beetje stond uit te puffen. Hij was de hele tijd iets over buffels aan het roepen dus reden we maar met hem mee op onze brommer. Toen een pick-up met een buffel ons inhaalde, gebaarde het mannetje dat we die maar moesten volgen. Zo belandden we op een soort vlakte met een paar heuvels eromheen die vol stonden met honderden Hmong-mensen en wat buffels. Gewoon door elkaar. Dus wij sloegen meteen aan het fotograferen en vroegen ons de hele tijd af wat er nu ging gebeuren. We waren het erover eens dat het moest gaan om de Laos' Next Top Buffel. Totdat we midden in de 'ring' stonden en bleek dat het om stieren ging die gefokt waren om te vechten en dus voor onze neus daar daadwerkelijk mee begonnen. Nooit gedacht dat we ons nog eens in de ring bij een stierengevecht zouden bevinden, maar het leek ook niet zo'n probleem voor de Lao dat er af en toe eens een stier het publiek in rende... :)

In Phonsavanh besloten we naar Paksan te reizen. Het leek ons de meest logische keuze, want deze route stond niet genoemd in onze reisgids en de weg stond ook niet op de meeste kaarten. Maar er reed toch een bus - als het zo uitkwam, af en toe - en in onze poging om de hordes toeristen op de 'hoofdroutes' te vermijden, stapten we fris en vrolijk in. Om acht uur later aan te komen in Paksan. Dachten we. Het werd een tweedaagse expeditie waar de complete serie afleveringen van Lost bij verbleekt. Waarom de weg niet op de kaarten stond aangegeven, werd al snel duidelijk: om de zoveel tijd moesten we er allemaal even uit om lopend een halve berg te beklimmen, want de bus redde het niet door de modder met al die passagiers. Hadden we al gezegd dat de achterkant van de bus er zo goed als afviel en dat we twee keer uitgegraven moesten worden om verder te kunnen rijden? Ook dit vonden de Lao allemaal heel normaal. Je hoort niemand zuchten, piepen of kreunen. Het lijkt zo zinloos om ooit nog eens te balen van een gemiste trein of een paar kilometer file.

Na acht uur rijden was er nog geen Paksan te bekennen. Maar we moesten wel uitstappen in een gehucht. We moesten er overnachten, werd ons duidelijk gemaakt.
Compleet stoffig als we waren, hebben we ons - zoals alle Lao doen- gewassen in de rivier. Een prachtige, helder, koude, schone rivier omringd door de meest idyllische natuur die je je kunt voorstellen. We konden niet anders dan slapen in het ons toegewezen guesthouse zonder electriciteit. Opgefrist na het rivierbad, op zoek naar een lekker maaltje in het 'dorp' kwamen we de twee Amerikanen tegen die ons eerder al waren opgevallen bij het stierenvechten in Phonsavanh - de enige andere Westerlingen. Wie er het meest verbaasd was dat we elkaar troffen in een dorp waarvan we nog steeds geen van allen de naam kennen, weten we nog steeds niet. We gingen met de Amerikanen een hapje eten en een normale BeerLao drinken, want het was inmiddels avond geworden.

Het eten in Laos is geweldig. Dat wil zeggen, zolang je iets neemt dat niet op het restaurantmenu staat, dat in elk restaurant exact hetzelfde is. Hoewel ons vertrouwen in de Lao keuken al bijna tot het nulpunt was gedaald, bleef er toch een sprankje hoop: de paar keren dat we door Lao werden uitgenodigd om een hapje van hun eigen maaltijd mee te eten, waren wèl een absoluut culinair hoogtepunt. Maar hoe krijg je als westerling zulk lekker eten voorgeschoteld als je niet kunt uitleggen wat je wilt? Sticky rice, oke, dat valt nog uit te leggen; maar die stukjes malse kip en vooral dat ene rare, lekkere sausje: waar halen ze dat toch vandaan?

Gelukkig was één van de Amerikanen een reisfotograaf die vloeiend Thais, Lao en Vietnamees bleek te spreken. We zijn Jake de fotograaf nu erg dankbaar voor de woordjes die we geleerd hebben, de woordjes die ons veel lekker eten opleveren en veel geld besparen: Sap kai en jaw. Zo simpel is het. Maar jaw krijgen de toeristen in Laos niet, omdat de Lao geloven dat blanken de pittigheid van dit sausje niet kunnen verdragen. Elke keer als we het nu bestellen staan er een stel Lao aan de zijkant toe te kijken of het wel goed met ons gaat en komen ze aansnellen met bekers thee om onze mondjes te blussen. Wat wij wel weer redelijk grappig vinden, omdat het eigenlijk wel meevalt met hoe pittig die jaw is. Zij weten niet dat we in Nederland ook - bijvoorbeeld - sambal eten. Maar jaw is niet alleen lekker pittig, de smaak is ook geweldig en die verschilt van kok tot kok. De sticky rice (plakrijst) rol je eerst als een bolletje in je handen, doop je erin en daarna kan een stukje kip of omelet op je hapje en smullen maar! Ja ja, we verheugen er ons al op om in Nederland te gaan experimenteren met Lao kookboeken.

De tweede dag reizen naar Paksan verliep niet veel anders dan de eerste, maar we kwamen uiteindelijk toch echt aan in de juiste plaats. Waar we waarschijnlijk een gat in de plaatselijke watervoorraad hebben geslagen omdat we ons compleet schoon moesten boenen onder de douche. Na een lekkere maaltijd sticky rice en toebehoren, besloten we de volgende dag door te reizen naar Ban Na Hin, door onze gids beschreven als een idyllisch end-of-the-earth plaatsje. In werkelijkheid was het meer een wild-west plaatsje: toen we daar werden afgezet, was dat letterlijk en figuurlijk. De chauffeur vroeg relatief veel te veel geld voor de rit, maar toen we dat weigerden te geven werd de plaatselijke cowboy met hoed en zwarte zonnebril erbij gehaald om ons duidelijk te maken dat we ons geld toch echt moesten afstaan. Dan heb je niet veel keus.

Dit zorgde wel voor een gevoel dat we hier meteen weer weg wilden. Ban Lao zou een uurtje terug moeten liggen, en vanaf daar zouden we naar Thakek kunnen, dat onze volgende plaats van bestemming zou zijn. Geen zin om nog meer geld kwijt te raken aan onbetrouwbare chauffeurs, gingen we staan liften langs de weg. Na een minuut of tien stopte een vrachtwagenchauffeur, die ons wel wilde meenemen naar Ban Lao. Hoewel het gesprek wat moeizaam ging - ons Lao beperkt zich naast voedsel tot alleen voedsel - bleek dat onze vrolijke chauffeur Kong ook naar Thakek zou gaan! En dus bleven we een dikke twee uur gezellig voorin de vrachtwagen, communiceerden wat met handen en voeten ook al zat Kong achter het stuur. We zijn hier in Thakek nu wat aan het bijkomen, internetten, lezen, photoshoppen, en blijven waarschijnlijk nog een nachtje. Daarna gaan we nog verder Laos in richting Salavan, wat weer een redelijk oninteressante plaats is volgens de reisgids. Mooi!

Verder: wist je dat de hommels hier monstrueus groot zijn? Als in: is het een mus? Nee, het is een hommel/Dat we de eerste keer kaas hebben gegeten, ook al was het van een yak uit Nepal/Dat dat in Hongsa was en we daar ook olifant hebben gereden/Dat je naast Ban Na Hin ook niet naar Pak Beng en Houei Xai moet gaan omdat daar ook allemaal geldcowboys zijn/Dat we in Chiang Mai (Thailand) een week lang in een poezenresort (lees: hotel met 12 hotelpoezen) hebben gezeten/Dat we bijna daar de drie maanden hadden volgemaakt/Dat we nu wel heel blij zijn dat we dat niet hebben gedaan, want Laos is mooi!